De TV documentaire ‘1945-2015: 70 jaar Hindostaanse orkestmuziek in Suriname’, een ode aan de pioniers, is zondagavond gepresenteerd in het Lalla Rookh Complex. Wij kennen in Suriname een bepaalde cultuur van muziek maken, zegt maker Riaz Ahmadali aan Starnieuws. “In veel landen zie je dat deze vorm van de Hindostaanse muziekstijl niet meer bestaat. Maar wij spelen die nog steeds en ik wilde weten waarom en hoe het begon.”

Ahmadali is muzikant en bandleider van Yaadgaar Orchestra. Hij vertelt in de documentaire over de immigranten die vanaf 1873 hun cultuur en muziek, zoals Bhajans meebrachten. Hoe de Indiase filmindustrie de harten van muziekliefhebbers heeft geraakt. Radio AVROS met eerst Hindostaanse liederen, gevolgd door live uitzendingen van muziekgroepen en de komst van de grammofoonplaten die liefde voedde. “De belangstelling groeide om Hindostaanse filmliederen te spelen. Bestaande Bhaitak Ghana en Qawwali groepen gingen hiertoe over en zo werden de eerste orkesten opgericht.” Bert en Frank Panday begonnen rond 1948 de muziekformatie ‘Bharat Roshni’ met Suki Akkal en Harry La Fuenta.

Een orkest is een grotere formatie dan een muziekband en kent meerdere instrumenten. Wie van muziek hield toen, toonde dat door een orkest te beginnen. “Het waren mensen uit een bepaalde buurt of familie. Zij hadden geldschieters en betaalden ook zelf contributie om te musiceren.” Met de opmars van The Beatles wereldwijd, deed de elektrische gitaar zijn intrede in de Surinaamse orkestmuziek. “De muziek veranderde, de klank van de speelse gitaar gaf een andere dimensie aan de muziek.” Het leeuwendeel van de zangers waren imitators van Indiase zangers. “Er waren ook componisten die eigen nummers maakten en een enkeling die een Sarnami tekst in de orkeststijl schreef.” Er waren ook fusion nummers, zoals die van Th. Bhikharie die ‘Lal Baraiya’ op een kaseko tune uitbracht. De verhalen worden versterkt door foto’s en tussendoor muziekclips van nagezongen nummers uit die tijd door Yaadgaar Orchestra.

Vrouwelijke pioniers

Zangeressen hadden heel lang geen plek in orkesten. “Vrouwen liederen werden door mannen gezongen of jongens onder de 11 jaar met hoge kinderstemmen.” De vrouwelijke pioniers die het publiekelijk aandurfde waren Hilda Kanhai en Silvy Abdoellah. De kijker krijgt een waslijst van zangers, muzikanten en de tientallen orchestra’s die als paddenstoelen verrezen. “Er was veel rivaliteit. Een lid speelde niet als gast bij een ander. De orkesten waren regio en religie gebonden.” Viresh Oeditram, 23 jaar reageert heel uitgelaten na de presentatie. “Het is een Eye opener. Ik ben een jonge artiest en ken niets uit die tijd. Dit is echt een motivatie voor mij.”

Ook muzikant Sonny Khoeblal is enthousiast. “Ik heb namen gehoord die ik niet eerder kende. Gelukkig zat mijn 84-jarige moeder naast mij en wees mij op bepaalde dingen.” Documentaires zijn altijd van grote waarden. Helaas zijn wij niet zo goed in het archiveren. “Het is belangrijk dat jongeren weten waar dingen vandaan komen. Dit is history of music. ”Als muziekdocent verbonden aan het Surinaams Conservatorium zegt hij de informatie zeker te gebruiken tijdens de les. “Nu zijn namen genoemd, wij zullen zeker dieper erop in gaan om te weten hoe die mensen dachten, hoe ze oefenden, wat hun filosofie was.”

De documentaire is een samenwerkingsproject tussen de Nationale Stichting Hindostaanse Immigratie (NSHI) en Yaadgaar Orchestra. De presentatie was de laatste NSHI activiteit rond de herdenking van 142 jaar Hindostaanse Immigratie. “De keus is nu gevallen om de historie van de populaire orkesten vast te leggen.

Het is deel van onze erfenis”, zegt NSHI voorzitter Farid Ketwaru. In de documentaire wordt alleen de periode 1948-’78 belicht en niet alle orkesten zijn genoemd. De makers roepen personen op om hen van informatie te voorzien, om het plaatje volledig te maken. Er is weinig gearchiveerd en een gering aantal personen uit die tijd leeft nog, zegt Ahmadali. “Vele herinneren zich geen jaartallen meer. Zij waren hobbyisten en zich niet ervan bewust dat zij historie aan het schrijven waren.” De periode na 1980, wordt nog apart belicht. Als ode voor muziekmakers na ’80, is de clip van Yaadgaar Orchestra met ‘Woh Beete Din Yaad Hain’ opgenomen, “iedereen na ’80 speelde dit nummer”

Bron: Wi Masanga

https://www.facebook.com/wimasanga/posts/70-jaar-hindostaanse-orkestmuziek-in-surinamede-tv-documentaire-1945-2015-70-jaa/1645862138968681/