Op vrijdag 17 maart jl. hield historica Tanya Sitaram een lezing in het Lalla Rookh Museum over het leven van de Hindostaanse vrouwen tijdens de contractperiode (1873-1921). Het is duidelijk dat er behoefte is binnen de gemeenschap om onze geschiedenis ook eindelijk vanuit vrouwelijk perspectief te belichten, want de historica deed haar verhaal voor een volle zaal van wel 140 mensen. Klik hier voor foto's.

Met behulp van anekdotes uit verschillende Koloniale Archieven en oral history onderzoek schetste zij een beeld van het leven van de vrouwen. Aan de ene kant was het leven niet makkelijk, door bijvoorbeeld de dubbele taakbelasting van huishouden, zorg voor de kinderen en veldarbeid. Aan de andere kant wisten een aantal vrouwen een machtspositie te verwerven doordat zij in de minderheid waren ten opzichte van het aantal mannen.

Interessant en nog niet eerder bekend, waren de formele klachten die zowel vrouwen als mannen bij de Agent-Generaal konden indienen. Wist u dat scheldwoorden, zoals ‘jo moerskont’ enmapima’ toen al werden gebruikt? In die tijd echter kon degene die deze woorden had gebruikt, worden veroordeeld, als er een klacht werd ingediend. Zo werd veldardbeidster Luchmoonea in 1881 veroordeeld tot een boete van 50 cent nadat zij bovenstaande woorden tegen de planter had gebruikt. Als zij niet op tijd betaalde, kon ze zelfs de gevangenis ingaan. Een groot deel van de klachten ging echter over geweld tegen vrouwen, vaak in combinatie met alcoholmisbruik door de man. Een patroon dat helaas tot op heden herkenbaar is.  Maar er waren ook mannen die klachten tegen vrouwen indienden. Door het overschot aan mannen, gebeurde het regelmatig dat een vrouw haar man verliet voor een betere partner met medeneming van geld, sieraden en de kinderen. De achtergebleven man kon dan een klacht tegen de vrouw indienen bij de Agent-Generaal.

 Dat het onderwerp veel losmaakt en tot nadenken aanzet, blijkt uit de vele vragen vanuit het publiek na afloop van de lezing. Een greep: De lonen waren erg laag. Hoe vaak kwam prostitutie voor? Leidde het tekort aan vrouwen tot meer homoseksuele relaties tussen mannen? Waarom gingen Hindostaanse mannen en vrouwen zo weinig interetnische relaties aan in vergelijking met andere bevolkingsgroepen in Suriname? Kwam het geld dat de vrouwen naar India stuurde wel aan bij de familie, en zo ja, hoe?

 Met haar onderzoek heeft Sitaram een tip van de sluier opgelicht van het verhaal van de vrouwen in deze periode. De NSHI, de Nationale Stichting Hindostaanse Immigratie, welke ook het Lalla Rookh Museum beheert, onderkent het belang van het onderzoek en zal deze daarom in boekvorm uitgeven. Er is echter nog veel onontgonnen materiaal dat moet worden onderzocht. Hopelijk is het onderzoek van Sitaram een aanzet voor anderen om hiermee aan de slag te gaan.

Naar aanleiding van de lezing publiceerde De Ware Tijd op 8 april 2017 verscheen in de rubriek Literair een samenvatting van de lezing. U kunt deze hier downloaden.